De toekomst van internationale uitwisseling van duurzame elektricteit

Uit Duurzame Brabanders

Ga naar: navigatie, zoeken

Veel toekomstvisies en studies over duurzaam opgewekte stroom gaan er van uit dat te veel windstroom in het ene land gecompenseerd wordt uit een ander land. Wind is niet in de hele EU even sterk op het zelde moment. De windsterkte is gekoppeld aan fronten en hoge en lagedruk gebieden die over de aarde trekken. Windparken staan verdeeld over de hele Noordzee regio. Van Schotland, tot Frankrijk en tot in de Oostzee. Een storm front dat anno 2020 vanuit IJsland naar Zuid Duitsland trekt, jaagt eerst de windstroom productie in Schotland op, 38 GW. Daarna komen de windparken op het Duitse deel van de Noordzee aan bod, 25 GW. In Schotland neemt de wind dan alweer af. Vervolgens arriveert het front in Noord Duitsland, en komen ook de 12 GW windparken voor de Zuid Hollandse kust op vol vermogen. Dan wordt duidelijk dat het front niet naar Zuid Duitsland gaat, maar naar de monding van de Theems, 3 GW. Gelukkig werken alle windmolens in de regio als een sensor voor de windsterkte. daarmee is de richting van van fronten en de windsterkte goed te voorspellen, soms al meer dan 24 uur van te voren. Exploitanten van ouderwetse gascentrales hoeven niet af te wachten, maar weten wanneer ze hoeveel moeten bijleveren. daarbij zijn er steeds meer afnemers, ook consumenten die hun verbruik zelf voorspellen. Zew gebruiken dezelfde windkracht vorospelling en stemmen een deel van hun verbruik daar op af. Ze zijn eigenlijk gewoon onderdeel van de Virtual Powerplant van NW Europa.

Inhoud

Kabels tussen landen

Voor de uitwisseling van deze golven windstroom worden internationale kabels gebruikt. Als het meteen over de grens gaat, dan heet dat een "interconnectie". Lange kabels zijn veel duurder dan een simpele hoogspanningskabel over de grens. In de praktijk van de eerste kabel naar Noorwegen, NORNED 2008, bleek dat die kabel heel winstgevend was, niet om Noorse stroom hier te importeren, maar om handel te drijven, over en weer, gestuurd door tijdelijke tariefverschillen, tussen Noorwegen en Nederland. De erste NORNED kabel was in 4 jaar terugverdiend. De exploitanten van BritNed keken al verlekkerd naar de tariefverschillen tussen UK en het vaste land van de EU, omdat er een uur tijdverschil is.

Anno 2020 is er een internationale elektriciteitsmarkt, en zijn die tariefverschillen flink minder. dat moest ook, want de kabels zijn bedoeld om deze golven windstroom goed te benutten, en ook om stroom over de grens te leveren als het minder waait.

Internationale uitwisseling van duurzame stroom

Door deze vorm van internationale samenwerking kregen de fossiel opwekkers minder kans op de markt, maar ze kregen ook minder kans op negatieve wind propaganda. Al was dat alleen van invloed op de fossiele krachten in de Nederlandse regering. Bestuurders in andere landen zorgen voor meer professioneel mensen met een beta achtergrond in het bestuur, zodat die deze propaganda meteen kwalificeerden als propaganda.

Nederlandse bestuurders snapten pas laat dat hoe groter het gebied was dat met deze internationale kabels verbonden is, des te meer de stroom uit windparken een langzaam veranderende bron is. Hoe groter het gekoppelde gebied, des te nauwkeuriger de opbrengst is te voorspellen. Slecht voor "handelaren", goed voor professionele exploitanten.

Als molens gelijk over NW Europa verdeeld zouden zijn, en een front zou met vaste windsterkte over het gebeid trekken, dan zou het verzamelde windpark, de Virtual Powerplant, een constante hoeveelheid windstroom leveren. Nu bestaat dat ideaal niet, maar door alles te meten, de beweging van het front, windsterkte en opbrengst per park, is met een Virtual Powerplant, wel een betrouwbare en voorspelbare stroom van elektriciteit te leveren.

In de praktijk bleek in 2005 al in Denemarken, dat de windsterkte van een samenstel van parken, langzamer verandert dan de vraag naar stroom, met zijn dagelijkse variantie patroon.

Slecht regelbare kolen- en kerncentrales

Kolen- en kerncentrales zijn eigenlijk voor iedereen een blok aan het been. Ze zijn slecht regelbaar, daarom betalen ze een boete als ze meedoen met de Virtual Power Plant, en hun verborgen kosten zijn steeds slechter te verbergen. De oude fossiele energiebedrijven dachten dat ze veel invloed hadden op vooral de Britse en Nederlandse regeringen. Ze gingen er anno 2010 van uit dat ze de internationale kabels konden gebruiken voor de export van hun kolen en kernstroom. Maar in 2014 besloten de parlementen van Nederland en Belgie dat de internationale kabels alleen benut mochten worden voor duurzame stroom. De Britten stopten toen met de bouw van hun kerncentrales. Het probleem van kolen en kerncentrales is dat ze niet goed regelbaar zijn, ze kunnen de variatie in de vraag niet goed volgen. Andere opwekkers moeten dan extra hard regelen, waarvoor ze een prijs vragen. Aanvankelijk kwamen de kolen- en kerncentrales nog weg met dat gebrek door zichzelf als "basislast" te betitelen, maar alleen de ongeletterde Nederlandse bestuurders trapten daar aanvankelijk in. Beta kennis ontbrak vroege traditioneel in Den Haag. Eigenlijk werkten de meeste netbeheerders al lang met een vorm van de Virtual Power Plant, en de kolencentrales konden daarin alleen meedoen als ze extra betaalden voor hun slechte regelgedrag.

Fossiel imago bad for business

Toen het Nederlandse parlement in 2015 ook nog besloot de belofte af te kopen dat Nederlandse burgers zouden betalen voor de CO2 kosten van al die extra kolencentrales in Nederland, bleek "Nederlandse kolenstroom voor de export" niet meer zo lucratief. Bovendien wilde bijna niemand meer dergelijke stroom op zijn rekening zien. Door de toegenomen transparantie over welk soort stroom een organisatie gebruikt was dat slecht voor het MVO imago van een bedrijf. Steeds meer kolencentrales kwamen in de motteballen.

Dit was een extra reden dat de internationale kabels vooral werden gebruikt voor de uitwisseling van duurzaam opgewekte stroom.

Persoonlijke instellingen