Draagvlak Fonds voor Cooperatieve Projectontwikkeling

Uit Duurzame Brabanders

Ga naar: navigatie, zoeken

Een risico dragend fonds waar coöperatieve "projecten voor duurzame energie" geld kunnen lenen voor hun windpark of zonnestroom project. Het fonds wordt gevuld door banken en pensioenfondsen, en, afhankelijk van de afgesproken regeling, terugbetaald door deelnemers in de lokale windparken of de opbrengst uit de gebouwde windparken. Op deze manier halen banken en pensioenfondsen hun rendement op de lange termijn, en hebben de deelnemers, burgers in de regio, goedkopere energie, dan nu van commerciële energiebedrijven.

Wat nodig is:

  • ondernemende burgers die samen een lokale coöperatie opzetten, of daar lid van worden
  • een rijksoverheid die de condities eerlijk en stabiel houdt,
  • lokale overheid die zijn eigen burgers voorrang geeft, boven commerciele bedrijven, en bereid is samen te werken met buur-gemeentes en de provincie.


Inhoud

Beoordelingscommissie

Een beoordelingscommissie toetst vooraf of een plan kans van slagen heeft. Dus wat het risico is. En financiert na goedkeuring de verschillende studies en andere ontwikkelkosten. De beoordelingscommissie kan eisen dat een initiatiefnemer gaat samenwerken met een meer ervaren partij. En dat de lokale overheid eerst de planologische procedures moet afronden.


Rol overheden

Lokale overheden kunnen er voor kiezen alleen initiatieven die vanuit hun eigen bevolking gedragen worden, te faciliteren. Dat kan met de wijziging van het bestemmingsplan.

De rijksoverheid is van belang voor bijvoorbeeld het belasting regime. Met de rijksoverheid moet overeengekomen worden, in een green deal dat het de gunstige condities niet in de loop van de tijd gaat wijzigen. Zoals het toch belasting gaan heffen als het eerst de belastingvrije coproductieregeling geaccepteerd heeft.

Synergievoordeel

Door in de planfase naar een hele regio te kijken, kunnen bij de onderzoeken synergie voordelen behaald worden, zie Waarde creëren met een regionaal windplan. Zelfs als het fonds vanuit deelprojecten in een regio aanvragen krijgt, kan het voorschrijven dat eerst voor de hele regio een windplan gemaakt wordt, om uiteindelijk op een acceptabel visueel landschapsbeeld uit te komen, voor de hele regio.

Risicodragend

Als het park er eenmaal staat, worden de ontwikkelkosten terugbetaald, naar draagvlak/winst van de maatschappelijke organisatie. Het fonds maakt wat winst om de verliezen van mislukte projecten goed te maken. Nog niet gelukte plannen, leveren niets op en die kosten zijn voor risico van het Draagvlak Fonds. Als er een goede en passende lange termijn visie is, (zoals hoort bij duurzaam beleid) dan is vooraf goed te toetsen of een plan past in dat beleid. Dus ongeacht wie de initiatiefnemer is, kan de beoordelingscommissie vaststellen of het een is plan waar je geen spijt van krijgt.

De coöperatie of maatschappelijke organisatie brengt vooral draagvlak in, met de leden, aan wie ze hun stroom tegen kostprijs kunnen leveren, met een opslag voor het terugbetalen van de ontwikkelkosten. Zo wordt duurzame energie opgewekt tegen de laagste maatschappelijke kosten. Overheden kunnen zo stroom kopen van hun bevolking. Tegen de laagste maatschappelijke kosten. Overheden kunnen goedkoop lenen, en zouden het fonds kunnen vullen.

De traditionele marktpartijen uit de wind industrie worden door deze maatschappelijke organisaties ingehuurd, als dienstverlener. Voor hen komt er een soort klant bij.


Solidariteits vereffening kust <--> binnenland

Windparken aan de kust leveren meer op dan in het binnenland, het draagvlak fonds kan dit zelf vereffenen door windparken in de beste windregimes wat meer te laten betalen en de windparken in de mindere windregimes wat lagere rente te vragen.

Waarom een draagvlak fonds alleen, niet genoeg is voor succesvolle duurzame ontwikkeling

Windparken staan in het landschap, en dat is een collectief goed. Juridisch staan windmolens op iemands grond, maar aan de ophef bij elk nieuw windpark is te zien dat er meer aan de hand is. Dat komt dus doordat de overheid het plannen vaneen nieuw windpark overlaat aan ondernemers. Bij nieuwe wegen, woonwijken en bedrijventerreinen, neemt de overheid ook zijn verantwoordelijkheid, dat moet ze ook doen bij de planning van windparken.

Een windpark is een sociale onderneming

Behalve het opzetten van een draagvlak fonds moet een gemeente ook helpen bij het plannen vaneen windpark. Het zou best kunnen dat ondernemers zelf al de beste plek voor hun windpark kiezen, maar omdat dat ene windpark al van ver te zien is in het landschap, is er preciezere regie nodig voor een hele regio. Lokale overheden en ondernemers die een windpark willen, kunnen dat windpark beter zien als een sociale onderneming. Als het windpark eenmaal gebouwd is, is het redelijk risicoloos, dus zeer geschikt als investering door burgers, en eigenlijk niet het domein van ondernemers, omdat het een laag risico heeft. Het meeste risico komt ook voort uit de gemeente raad, bleek de afgelopen jaren.

Daarom moeten overheden zelf dat risico reduceren, anders is het draagvlak fonds een compensatie voor de risico's de de overheid zelf creëert.

Stappen naar een goed klimaat voor duurzame ontwikkeling

  • Een goede eerste stap is als lokale overheid zelf concluderen hoeveel windmolens er eigenlijk nodig zijn voor de energie neutrale ambitie. De meeste gemeentes zullen dan moeten erkennen dat ze eigenlijk helemaal niet energie neutraal willen worden.
  • de volgende stap is het plannen van voldoende windpark locaties en daarbij mooie windparken ontwerpen. Zodat de overheid schets dat alles er aan gedaan is om die energie neutrale ambitie zo mooi mogelijk op te bouwen. En dat ze geleerd hebben van meer ervaren wind regio's in ons land die dit regionale perspectief al opzetten. Hierbij moeten de burgers in de regio natuurlijk betrokken worden, omdat die windparken sociale ondernemingen worden. Eigenlijk bijna net zo als een boer die een eigen windpark ontwerpt op zijn eigen grond, zo doen burgers dat in hun eigen landschap. Hiervoor zijn ontwerpregels en ook een spel, het regionale energiemix spel.

In dit proces communiceert de overheid dat de burgers geen onnodig risico lopen als ze straks investeren in hun eigen stukje windpark.

  • de overheid investeert in de vooronderzoeken om de intentie waar te maken, geen onnodige problemen te veroorzaken met het gezamenlijke windpark
  • Daarna komt de politieke keus
    • Welk deel van het regionale windpark ontwerp wordt een echt sociale onderneming voor en door burgers?
    • En welk deel blijft voor de overheid, als inkomstenbron, is er WOZ belasting vereist?
    • Welk deel wordt als gemakkelijke inkomsten bron aan een ondernemer gegund

Burgers financieren goedkoper dan een ondernemer

Bij een draagvlak fonds is het goed te beseffen dat burgers goedkoper financieren dan een ondernemer

  • Burgers zien als financierings kosten alleen de gemiste spaarrente.
  • Ondernemers moeten lenen bij de bank, tegen hogere tarieven, of bij de aandeelhouders, die nog meer rendement eisen.

Het geld van een draagvlak fonds is daarom beter besteed als burgers het windpark financieren.

De totale hoeveelheid investerings ruimte voor windparken op het land is overigens maar 10 tot 30 miljard. Als de ontwerpregels voor mooie windparken gevolgd worden.


Achtergrond: de toekomst van windenergie in Nederland

Het huidige rijksbeleid is 6000 MW windparken op het land en 6000 MW op zee, dat is tot 2020. Onze rijksoverheid is helaas nog niet zover dat ze verder kijkt dan 2020 en bijvoorbeeld doordenkt hoeveel windparken er nodig zijn voor 80% duurzaam.

Er past in ons land minstens ca 12000 MW windparken, met 3MW molens op een mooie manier passend in het landschap. Waarom zouden we daarvoor niet in een keer een ontwerp maken? Gewoon wat verder in de toekomst kijken. Voor dijken kijkt onze overheid al tot 2080, Dat hoeft voor windparken niet, maar er moet zeker verder dan 2020 gekeken worden. Bijvoorbeeld minstens tot de eerste windparken in 2030/40 zijn versleten. Tegen die tijd wordt het belangrijk weer te kijken wat we doen met die windparken.

Persoonlijke instellingen