Energie haal je bij je eigen mensen

Uit Duurzame Brabanders

Ga naar: navigatie, zoeken

Henk Daalder over 2035 en hoe we daar kunnen komen.
Een toekomstvisie in het kader van het project Our Common Future 2.0

Duurzame energie is decentraal beschikbaar, dus anno 2035 doet iedereen zijn best die energie zo goed mogelijk op te vangen. Omdat er wind en zon in overvloed is, hebben veel burgers energie over. Ze verkopen dat aan grootverbruikers, zoals lokale overheden en bedrijven in de regio. Energy service companies (ESCO's) regelen dat voor een kleine concurrerende vergoeding. Ook buurten in steden en dorpen nemen meer energie af van hun regio genoten op het platteland. Al zijn er vele stedelingen met een eigen aandeel in een coöperatief windpark in hun regio. Niet iedereen doet mee met een eigen aandeel in een windpark, dat is ieders vrije keus. Vooral nieuwkomers en mensen die vroeger niets met duurzaam hadden, wachten nu op een mogelijkheid ergens een aandeel in te nemen, want dat is voordelig en iets om trots op te zijn, nog steeds.

Inhoud

Duurzaam is simpel

Net als het eigen woning bezit lagere woonkosten geeft, is een eigen stukje windpark garantie voor lagere energie kosten. Er zijn al veel goed geïsoleerde woningen die op stroom uit het windpark verwarmd worden. Dergelijke mensen worden "Noren" genoemd, niet omdat ze zonder gas in de kou zitten maar omdat de Noren al jaren verwarmen op duurzame stroom. De term dook het eerst op, op Goeree Overflakkee waar de lokale energie coöperatie Deltawind in 2015 een groot windpark opende waarmee de leden van Deltawind zo veel goedkope stroom tot hun beschikking kregen dat het voor hen goedkoper werd om het aardgas af te sluiten. Leden met een goed geïsoleerd huis gingen dat verwarmen met hun eigen duurzame stroom. Dat waren de eerste "Noren" op Goeree Overflakkee. Bedrijven hebben al jaren geleden hun medewerkers aangezet lid te worden van een lokale energie coöperatie. De coöperatie wekt energie op en verkoopt dat aan het bedrijf. Natuurlijk krijgen bedrijven, waar de medewerkers lid zijn, meer korting dan bedrijven waar medewerkers dat nog niet doen. Rond de eeuwwisseling leidden de energie coöperaties een kwijnend bestaan. De rijksoverheid was in de ban van fossiele belangen. Daardoor waren de condities voor het opzetten van duurzame energie installaties complex en eigenlijk onrendabel. Pas in 2011 erkende de overheid dat de fossiele industrie al jaren miljarden subsidie kreeg. De sleutelverandering was echter de verkoop van veel van die fossiele bedrijven naar het buitenland. Steeds meer mensen gingen beseffen dat ze het geld voor energie ook in de eigen regio konden houden. Energy service companies doken op om dat proces te begeleiden, er aan te verdienen, maar vooral om het opzetten van een coöperatie te versimpelen. Politici en bestuurders waren zo integer om het oorspronkelijke karakter van de coöperatie in stand te houden: groepen burgers die samen een economisch doel realiseren, zoals energie opwekken, met en gezamenlijk windpark, zonnestroom installatie, of WKO en aardwarmte installatie. Aanvankelijk waren bestuurders echter tegen, ze kregen minder Energiebelasting, maar naarmate het meer werkgelegenheid opleverde, stegen ook de staatsinkomsten. De Energiebelasting werd na 2030 ook steeds meer vervangen door een EU CO2 tax, dus die inkomsten zouden de Nederlandse staat toch al kwijt raken. Maar ja, hoe leer je een Nederlandse politicus vooruit te kijken?


Pakken wat je pakken kan

Na het voorbeeld op Goeree Overflakkee gingen steeds meer regio's beseffen dat voor energie het motto is, "pakken wat je pakken kan" Voor windparken zorgde dat voor een regionale afweging hoeveel windmolens de regiobewoners over hadden voor hun eigen energie behoefte, en om te verkopen aan de stad. Natuurlijk hadden de inwoners van de landelijke gemeentes waar de windparken meestal liggen, de grootste stem in de omvang van de regionale windparken. Met ontwerpregels voor die windparken, werd het landschaps ontwerp in goede banen geleid. "Alleen lijnvormige windparken en ernaast 8 km geen windmolens", was de basisregel, en dat geldt anno 2035 nog steeds. De regio kan de inwoners goed van energie voorzien. Bedrijven, organisaties en overheden kopen de stroom die ze niet lokaal kunnen kopen, meestal van windparken op zee.

Als je vanaf 2035 terug kijkt naar 2010 dan blijkt dat Nederland wat later dan elders, een aantal paradigma verschuivingen heeft doorgemaakt.

Niet energie is leidend, al was de rijksoverheid lang verslaafd aan de aardgas inkomsten, maar ruimte is leidend. Regio's bedenken en kiezen welk deel van de ruimte ze benutten voor energie uit wind en zon. Zo is er in Friesland sinds 2022 weer elk jaar een Elfstedentocht geweest omdat het water uit de vaarten, sloten en kanalen systematisch wordt gekoeld voor ruimteverwarming, en de conservatieve Friezen hebben nog veel warmte lekken in hun woningen. Omdat ze intussen wel voldoende windmolens hebben gebouwd is er genoeg stroom voor die warmtepompen. Friese boeren vinden het een eer om het kanaal langs hun land te koelen in de winter.

Andere paradigma verschuivingen

  • natuurlijk is decentrale energie leading geworden, dat is al sinds 2015 toen de feed-in regeling eindelijk ook in Nederland werd ingevoerd, al was het omdat de EU dat voorschreef. Een overwinning van de Groenen in het EU parlement.
  • De vervuiler betaalt, is ook gerealiseerd via EU wetgeving met een CO2 tax, met een speciaal tarief voor vliegen. Regionale groente werd daarna een stuk interessanter. Maar de warmere regio's werden steeds meer leverancier van bio jetfuel, al kreeg een vliegvakantie al snel de bijnaam "hongervakantie"
  • Veen weide gebieden komen onder water te staan, steeds meer boeren gaan in sawas biomassa telen. Zo reduceren ze de bodemdaling en de CO2 uitstoot daar uit. Er zijn pomp boeren en vaarboeren, naar de manier waarop ze hun algen oogsten.
  • De burger in de driverseat

Lang dachten bestuurders dat zij vanuit hun fossiele belangen zoals de aardgas baten en voormalig aandeelhouderschap van gemeentelijke energie bedrijven, moesten bepalen hoe de opwek infrastructuur er uit moest zien. Maar het bleek dat ICT het steeds gemakkelijker maakte al die opwek mogelijkheden goed te besturen, Natuurlijk was het Duitsland, met Siemens dat het eerst met de Virtual Power Plant kwam, maar het concept bleek gemakkelijk te kopieren, waardoor decentrale opwekkers voorrang konden krijgen. dat moest ook van de EU. Daardoor was het ook logisch dat regio's zelf konden besluiten waar zij windparken wilden bouwen, en of ze extra wilden betalen om dat op zee te doen. Gemiddeld gebruikt nu 80% van de inwoners stroom uit een eigen regionaal windpark. Nieuwkomers op de woningmarkt hebben vaak moeite om een aandeel te verwerven, tenzij ze dat erven.

De toekomst staat nooit stil

Sinds 1 dec 2018 is de wereld een beetje in de ban van een klein lampje in een glazen kastje. Het hangt onder de Brandenburger poort in Berlijn. Het brandt op zero point energie, zegt de wetenschapper die het heeft opgehangen aan een nylon touw. Het lampje brandt al jaren, geeft licht zoals een lamp van ca 1 W. Maar er zijn nog geen commerciële, grotere apparaten die deze nog steeds exotische techniek op serieuze schaal benutten. Leg aan een late middeleeuwer maar eens uit wat elektriciteit is.

Persoonlijke instellingen